Glucoseschommeling bij sport
Het effect van sporten met diabetes
Sporten zorgt ervoor dat je gevoeliger wordt voor insuline en je insuline beter werkt. Toch daalt je glucosewaarde niet bij iedere sport. Je moet rekening houden met de soort sport, hoe lang je bezig bent, wat je glucosewaarde is als je begint met sporten, welke medicijnen je gebruikt en ook hoe jij als mens in elkaar zit. En dan nog kan je bloedglucosewaarde je verrassen omdat geen dag hetzelfde is.
Glucosewaarde bij duursport
Bij cardiotraining en duursport zoals wandelen, fietsen, schaatsen, langlaufen, skeeleren, sportief wandelen, hardlopen en zwemmen daalt het bloedglucosegehalte vrijwel altijd direct. Tenzij je een té hoge beginwaarde hebt, in dat geval zal de bloedglucosewaarde alleen maar oplopen.
Schommelende waarden bij krachttraining
Bij krachttraining zoals gewichtheffen, sprinten, judo, fitness en kickboksen stijgt de bloedglucosewaarde eerst, en enkele uren na het sporten daalt hij juist weer. Dat zit zo: krachttraining is een zogenaamde explosieve spierbelasting. De spier wordt aangezet tot een heftige, plotselinge verbranding en er is geen tijd om de glucose die daarvoor nodig is meteen uit het bloed te halen. Spieren gebruiken hun eigen reservevoorraad glucose: het spierglycogeen (elke spier in het lichaam heeft zo’n eigen reserve). De bloedglucose wordt vooralsnog dus ongemoeid gelaten.
Het lichaam constateert wel dat er verbrand wordt, dus de lever geeft vast glucose aan het bloed af om de te verwachten daling op te vangen. Met andere woorden: de bloedglucosewaarde zal stijgen.
Pas als de spieren weer in rust zijn, dus ná het sporten, gaan de spieren de voorraad die ze hebben verbrand weer aanvullen, en dat doen ze door glucose uit het bloed te halen. Enige tijd na het sporten zal je bloedglucosewaarde dalen. In sommige gevallen heb je dan kans op een hypo.
Voorkom een hypo tijdens en na het sporten
Als je insuline of SU-derivaten gebruikt en/ of een zeer koolhydraatbeperkt dieet volgt heb je kans op een hypo tijdens of na het sporten. Door je insuline en/of voeding aan te passen, verklein je de kans. De adviezen variëren, afhankelijk van de soort sport, het insulineschema, een pomp. Hiervoor kun je het beste met je diabetesteam overleggen. Het is verstandig om regelmatig je glucosewaarde te meten en tijdens het sporten snelwerkende glucosetabletten bij je te hebben.
Wil jij meer over sporten en diabetes type 2 weten? Lees dan ook eens de volgende artikelen over hypo’s gedurende het sporten of tips voor tijdens het trainen.
Wintersport en diabetes: tips
Tips op wintersport met diabetes
Tip 1: Neem een doktersverklaring mee
Een (engelstalige) doktersverklaring waarin staat dat je diabetes hebt is handig voor hulpverleners als je onverwacht naar de dokter of het ziekenhuis moet in het buitenland. Met de verklaring kun je namelijk insuline of orale medicatie verkrijgen in een apotheek in het buitenland. Ook een medicijnlijst opgesteld door de apotheek is wenselijk. Je kunt ook het Europees Medisch Paspoort meenemen met daarin je medische achtergrond en noodcontacten.
Tip 2: Bewaak de temperatuur van je diabetesbenodigdheden
Bewaar je dagelijkse diabetesspullen onderweg zo dicht mogelijk bij je lichaam zodat ze niet te koud worden. Controleer voor je vertrek tegen welke temperaturen je insulinepomp kan. Bewaar je bloedglucosemeter in ieder geval boven 10 – 15 graden. Bij lagere temperaturen kunnen bloedglucosemeters onbetrouwbare uitslagen geven. Bescherm ook je sensoren, teststrips en insuline tegen vrieskou. Er bestaan handige medicatie thermometers die een melding op je telefoon geven als je medicatie te koud of te warm wordt.
Tip 3: Houd rekening met een snellere stofwisseling
Je verbruikt meer energie tijdens de wintersport, doordat je waarschijnlijk actiever bent dan normaal. Ook koud weer heeft invloed op je energieverbruik en bloedglucosewaarde. Je bloedglucose kan lager zijn dan je gewend bent. Dit kan van invloed zijn op je medicatiegebruik. Meet regelmatig je bloedglucosewaarde en raadpleeg bij twijfel je behandelend arts.
Tip 4: Neem wat te eten en drinken mee
Neem druivensuiker, een banaan en wat te drinken mee op de piste. Last van een hypo? Dan heb je een ‘noodpakketje’ bij je.
Tip 5: Ga niet alleen skiën of snowboarden
Neem een maatje mee als je de piste af gaat. Wel zo gezellig en bij eventuele problemen kan je sportgenoot je helpen. Vertel vooraf op welke signalen hij of zij moet letten van een hypo of hyper en waar je je medicatie en glucose bewaart.
Tip 6: Pas op met alcohol
Ga je na het skiën nog door naar de apres ski? Houd er rekening mee dat alcohol eerst een bloedglucosepiek geeft en daarna bloedglucose verlagend werkt. Pas dus op voor een hypo. Meer weten over diabetes en alcohol? Lees vooral het artikel ‘Diabetes en alcohol’
Tip 7: Wijk niet af van vaste eetpatroon
Pas op met de all-inclusive verleidingen. Het is heel fijn om alles bij de hand te hebben met all-inclusive accommodaties, maar er zit ook een keerzijde aan. Je eet vaak op tijdstippen die misschien net niet gelegen komen of enorm afwijken van je normale eetpatroon. Kies daarom voor een appartement met eigen keuken. Zo kan je ook maaltijden vooruit plannen. In de blog ‘Zorgeloze vakantie: 5 tips’ geeft fysio Rommie Dijkman uitleg hoe je vooruit plant met maaltijden.
Wat neem je mee op wintersport?
- snelwerkende glucose
- een doktersverklaring of Europees medisch paspoort
- zonnebrand
- bloedglucosemeter en voldoende teststrips
- een compacte rugtas voor je testmateriaal, glucosetabletten en eten op de piste
- extra medicatie
- een verzorgende voetcreme
Bekijk de handige paklijst voor op vakantie.
Schommeling van je bloedglucosewaarde
Bloedglucosewaarde
Bloedglucosewaarde is de hoeveelheid suiker of glucose in je bloed. De waarde wordt uitgedrukt met een cijfer en mmol/l. Suikergehalte of bloedsuikerspiegel betekenen hetzelfde. Een stabiele waarde voor mensen met diabetes betekent een bloedglucose (bloedsuikerwaarde) tussen de 4 en 8 mmol/l. Dan is de kans op lichamelijke complicaties het kleinst.
Je bloedglucosewaarde wordt beïnvloed door verschillende factoren zoals voeding, beweging en stress. De hoeveelheid suiker in het bloed is nooit constant, ook niet bij mensen zonder diabetes. Vergelijk het met een rivier: die transporteert een heleboel verschillende stoffen, maar nooit in dezelfde hoeveelheden.
Vraag en aanbod
Het bloed transporteert constant allerlei essentiële stoffen van en naar alle cellen in het lichaam. Dat betreft niet alleen glucose, maar ook zuurstof, eiwitten, mineralen, hormonen, en afvalstoffen bijvoorbeeld. De samenstelling is dus geheel afhankelijk van vraag en aanbod van je lijf.
Insuline
De glucose die in het bloed zit, wordt er uitgehaald door het hormoon insuline. Als dat in de goede hoeveelheid in het lichaam zit, zorgt het ervoor de het teveel aan glucose uit het bloed wordt gehaald. De ideale hoeveelheid glucose in het bloed ligt dan tussen de 4 en 8 mmol per liter. Als er te weinig actieve insuline aanwezig is, blijft de glucose in het bloed en stijgt de bloedglucosewaarde met als gevolg schade aan de bloedvaten.
Invloed van koolhydraten op je bloedglucosewaarde
Je lichaam zet koolhydraten uit voedsel om in glucose, dat vervolgens in je bloed komt als bloedsuiker. Het aantal koolhydraten dat je per dag binnenkrijgt is van invloed op je bloedglucosewaarde en dit moet in balans zijn met de beschikbare insuline. Een persoon zonder diabetes hoeft hier niet over na te denken: het lichaam houdt de glucosewaarde keurig op peil. Bij mensen met diabetes gebeurt dit niet. Soms kan het helpen om het aantal koolhydraten te verminderen, omdat je dan ook minder insuline nodig hebt.
Hyper en hypo
Ervaar je schommelingen van je bloedglucosespiegel, let dan op dat je geen hyper of hypo krijgt. Als je wel eens een hyper hebt gehad, weet je hoe vervelend dit is. Bij een hyper is er een sterke stijging van je bloedglucosewaarde door een teveel aan glucose in je bloed. Bij een hypo is de waarde juist veel te laag.
Bloedglucosewaarde meten
Controleer regelmatig je bloedglucosewaarde. Heb je vaak hypers of hypo’s, probeer dan te achterhalen hoe dat komt. Mogelijk kun ze voorkomen met een aanpassing in je voeding of medicatie. Een gezonde leefstijl zal je hoe dan ook op weg helpen om de bloedglucosewaarde stabiel te houden. Wil je hier meer over weten? Kijk dan verder op onze website voor tips over voeding, bewegen en ontspanning.
Van tabletten naar insuline
Kun je overstappen op insuline voorkomen?
Ben je daardoor gemotiveerd om nóg meer op je leefstijl te letten? Je bent niet de enige!
Door op je voeding en beweging te letten kun je het spuiten van insuline soms (nog even) uitstellen. Met meer lichaamsbeweging, een gezonde voeding met minder koolhydraten en (bij overgewicht) gewichtsverlies maak je je lichaam gevoeliger voor insuline die nog wel door de alvleesklier wordt afgegeven. Hierdoor kunnen tabletten nog een tijdje voldoende zijn. Hoe lang je daarvan profiteert is lastig te zeggen, omdat het effect per persoon varieert.
Erge diabetes
‘Als ik insuline moet spuiten, heb ik zware diabetes.’ Dit is een fabeltje. Je hebt diabetes of je hebt het niet, er bestaat geen milde of zware diabetes. Wel of geen tabletten en wel of geen insuline zegt bij diabetes type 2 alleen maar iets over de soort behandeling die het beste bij jou, je bloedglucose en HbA1c past.
De voor- en nadelen van insuline behandeling
Er zitten voor- en nadelen aan het spuiten van insuline.
Voordelen:
- Een betere HbA1c. Dit geeft minder kans op complicaties op de lange termijn.
- Tabletten worden door je lever en nieren afgebroken. Insuline is feitelijk een lichaamseigen stof en wordt niet afgebroken in je lever en nieren. Voor mensen met een verminderde lever- en nierfunctie is dat een groot voordeel.
- Mensen voelen zich meestal fitter en minder vermoeid na de overstap op insuline.
- Veel mensen ervaren meer vrijheid. Zo kun je de insulinedosis vaak aanpassen aan je voeding, sport en je bloedsuikerwaarde.
Nadelen:
- Doordat je lichaam de glucose als brandstof opneemt plas je minder glucose uit. Hierdoor kun je wat aankomen. Met voedingsadviezen van een diëtist en extra lichaamsbeweging kun je die gewichtstoename beperken.
- De kans op hypo’s wordt wat groter. Gaandeweg leer je hypo’s herkennen en kun je daarmee om kan gaan. Slim om vanaf nu altijd snelwerkende koolhydraten, zoals dextro, bij je hebben, voor het geval je verrast wordt door een lage glucosewaarde. Lees over wat te doen tijdens een hypo
- Prikangst. Maak je geen zorgen, je raakt eraan gewend en voor je het weet is het prikken en spuiten een routine geworden. De naalden van een insulinepen zijn tegenwoordig zo kort en dun, dat je nauwelijks pijn voelt.
De overstap naar insuline
Bij de overstap op insuline ben je niet meteen goed ingesteld. Je wordt, vooral in het begin, intensief begeleid door de behandelend arts, praktijkondersteuner of diabetesverpleegkundige. Samen ontdekken jullie welke soort insuline het beste past en welke eenheden je nodig hebt, want dit is heel persoonlijk. Het is ook belangrijk dat je leert hoe je lichaam op de insuline reageert, hoe je eventuele hypo’s herkent en hoe je hier het beste op kunt reageren.
Glucosewaarde meten
Regelmatig je bloedglucosewaarde meten is nodig om te zien of je behandeling goed werkt. Lees welke manieren van glucose meten er zijn en kijk wat het beste past bij jouw situatie.
Insuline thuis en onderweg
Niet gebruikte insuline bewaar je best bij 2-8°C. Aangebroken insuline moet je op kamertemperatuur (15 tot 25°C), bewaren. Voorkom te veel wisselingen van temperatuur. Een koeltasje voor medicijnen kan handig zijn. Ook handig om aan te denken: waar laat je gebruikte naaldjes als je niet thuis bent? Er bestaand handige kleine naaldencontainers waar je gebruikte naaldjes onderweg in kunt bewaren. Lees meer tips voor onderweg of op vakantie met medicijnen en hulpmiddelen.
Bron: Diabc april 2025, geschreven door Christel Vondermans. Benieuwd naar andere artikelen in het ledenmagazine Diabc? Vraag dan een gratis proefexemplaar aan.
Ramadan en diabetes
Wanneer je meedoet aan de Ramadan verandert je hele ritme in deze periode. De tijd van opstaan, de etenstijden en de maaltijden zelf zijn anders. Dat vraagt ook om een verandering in je medicijngebruik. Doe je dat niet, dan heb je kans op complicaties. Het innemen van insuline of tabletten is gekoppeld aan eten. Als je dit toedient of inneemt zonder te eten, bestaat de kans dat je een zware hypo krijgt.
Vraag advies
Mensen met diabetes krijgen van de Koran vrijstelling voor het vasten. Toch willen veel islamitische mensen met diabetes, zo veel mogelijk meedoen aan de vastentijd vanwege de religieuze beleving en -waarde. Als de mogelijkheid bestaat dat de ziekte verergert door het vasten of door het niet innemen van de medicatie dan is het – eigenlijk – voor een moslim verboden om te vasten. Vraag advies aan de imam als je het moeilijk vindt zelf een beslissing hierover te nemen. Bekijk de video van Diabetesvereniging Nederland met tips over het maken van de beslissing om wel of niet mee te doen aan de Ramadan.
Tips voor Ramadan met diabetes
Heb je diabetes en wil je toch meedoen aan het vasten tijdens de Ramadan? Dan is het belangrijk dat je diabetes goed gereguleerd is, voordat je start:
- Vraag advies aan de imam over het wel- of niet meedoen aan de Ramadan.
- Overleg vooraf met je huisarts, praktijkondersteuner of diabetesverpleegkundige. Die kan je medicatie aanpassen om hypo’s te voorkomen en jou laten weten bij welke bloedsuikerwaarden je direct contact moet opnemen.
- Eet na zonsondergang niet direct te zoet en te zwaar tijdens de vastenmaand.
Bekijk de video ‘Diabetes en ramadan’ van Diabetesvereniging Nederland en leer meer over waar je rekening mee kunt houden als je diabetes hebt en meedoet aan de ramadan.
Meer lezen
- Informatie Thuisarts.nl over diabetes en de ramadan.
- Informatie Apotheek.nl over ramadan en medicijngebruik.
- De Nederlandse Diabetes Federatie heeft voorlichtingsmateriaal, waarmee zorgverleners met patiënten in gesprek kunnen over de ramadan.
Van insuline kun je gewicht aankomen
Onderzoek naar toedienen van insuline
In een groot Amerikaans onderzoek werden 2 groepen mensen met diabetes type 1 met elkaar vergeleken. De ene groep mensen had een flexibel insulineschema of een pomp. De andere groep kreeg maximaal 2 injecties insuline per dag. Beide groepen mensen kwam gewicht aan. De eerste groep kwam gemiddeld 4,8 kg meer aan dan de tweede groep. De onderzoekers zagen ook dat de gewichtstoename groter was als de bloedglucosewaarde bij de start met insulinetherapie hoger was.
Waardoor kun je aankomen door insuline?
- Als je bloedglucose weer normaal wordt verlies je minder glucose via de urine (glucosurie), je plast dus minder calorieën uit.
- Na hoge bloedglucosewaarden vóór gebruik van insuline, is de kans op een hypo nu aanwezig. Snelle suikers die nodig zijn om de hypo weg te krijgen, bevatten calorieën.
- Door hypoangst bewegen sommige mensen minder en dat zorgt voor minder verbranding van calorieën.
- Insuline zelf bevordert de productie en opslag van vetten. Én het zorgt voor een hoger leptinegehalte in het bloed. Dit hormoon werkt gewichtstoename in de hand.
Verschil in insuline
Er blijkt verschil te zijn in de verwerking tussen eigen aangemaakte insuline in de alvleesklier en van buitenaf toegediende insuline. Amerikaanse onderzoekers toonden aan dat bij geïnjecteerde insuline meer insuline in de hersenen terecht komt. En daar stimuleert het de eetlust.
Gewichtstoename voorkomen of remmen
Zorgen dat je gewicht niet veel stijgt door insuline? Misschien helpen de volgende manieren je:
- Minder koolhydraten gebruiken. Dan heb je ook minder insuline nodig. Daarnaast spreek je eerder je vetopslag aan bij koolhydraatarm omdat je lever minder opgeslagen glucose bevat
- Meer bewegen. Je spieren gebruiken dan meer glucose én worden gevoeliger voor insuline waardoor je er minder van nodig hebt
- Regelmatig controleren. Zo kun je een hypo voorkomen (en heb je die extra glucose niet nodig) en zo spuit je niet meer insuline dan nodig
Leef lang en gezond
Geen of minder insuline toedienen uit angst voor extra kilo’s? Daarmee verhoog je je risico op diabetescomplicaties. Schakel liever (onder begeleiding van een diëtist) over op een ander voedingspatroon met minder koolhydraten, dan heb je minder insuline nodig.
Tip: de Voedingsrichtlijn Diabetes helpt je op weg bij het vinden van een voedingspatroon dat bij jou past.
Eén keer per week wegen
Sta liever niet dagelijks op de weegschaal. Je lichaamsgewicht schommelt namelijk van dag tot dag. Voor je het weet, laat je je humeur verpesten door een dag dat je net iets zwaarder bent. Weeg liever 1 keer per week. Zo kun je snel ingrijpen als je gewicht blijft stijgen. Het is immers veel gemakkelijker om 1 of 2 kilo af te vallen dan er 5 kwijt te moeten raken.
Bron: Diabc ledenmagazine. Gratis proefexemplaar aanvragen? Dat kan!
Medicijnen & koolhydraten
Kortwerkende insuline en koolhydraten
(Ultra)kortwerkende insuline wordt bij iedere maaltijd gebruikt, werkt relatief kort en maakt flexibiliteit mogelijk. Een verlate lunch betekent bijvoorbeeld ook later insuline toedienen. En meer of minder koolhydraten betekent meer of minder insuline.
Langwerkende insuline en koolhydraten
Bij insulinesoorten die langer werken – middellang, lang en mix-insulines – is dat anders. Doordat deze insulinesoorten langzaam worden opgenomen, is er altijd wat insuline in het lichaam aanwezig. Hierdoor is de kans op een hypo groter en kunnen tussendoortjes met koolhydraten nodig zijn. Als je langwerkende insuline gebruikt is het nodig om de koolhydraten regelmatig over de dag te verdelen of op vaste momenten te eten. Bij mix-insulines is het zelfs nodig om vaste hoeveelheden koolhydraten per maaltijd te nemen.
Koolhydraatadviezen bij insuline
- Ultrakortwerkende insuline – Stem de insuline af op de hoeveelheid koolhydraten. Hierdoor kun je per maaltijd meer of minder koolhydraten nemen. Tussendoortjes zijn niet nodig. Voor een tussendoortje met koolhydraten kan extra insuline nodig zijn.
- Kortwerkende insuline – Stem de insuline af op de hoeveelheid koolhydraten. Hierdoor kun je per maaltijd meer of minder koolhydraten nemen. Tussendoortjes zijn niet nodig. Voor een tussendoortje met koolhydraten kan extra insuline nodig zijn.
- Middellangwerkende insuline – Ga voor een regelmatige, vaste koolhydraatverdeling. Koolhydraatbevattende tussendoortjes kunnen nodig zijn.
- Langwerkende insuline – Ga voor een regelmatige, vaste koolhydraatverdeling. Koolhydraatbevattende tussendoortjes kunnen nodig zijn.
- Mix-insuline – Gebruik een vaste hoeveelheid koolhydraten per maaltijd.
Koolhydraatbevattende tussendoortjes kunnen nodig zijn.
Tabletten en koolhydraten
Ook als je tabletten voor je bloedglucose gebruikt, is het belangrijk om je voeding en de bloedglucose verlagende medicatie goed op elkaar af te stemmen. Bij bijna alle diabetesmedicijnen geldt dat je het beste samen met je behandelteam kunt kijken hoe de koolhydraten bij jou en je medicatie passen.
Bij een Sulfonylureumderivaat (tolbutamide, glibenclamide, gliclazide, glimepiride) kan het nodig zijn om de koolhydraten regelmatig over de dag te verdelen. Deze tabletten geven namelijk een wat grotere kans op een hypo. Soms zijn ook tussendoortjes met koolhydraten nodig. Merk je dat je vaak hypo’s hebt? Overleg dan met je arts of je medicijnen aangepast moeten worden. Door regelmatig zelf je glucose te meten kun je zien hoe jouw bloedglucosewaarde verloopt op een dag en kun je controleren of jouw behandeling werkt.
Wat eet je tussendoor?
Gezonde tussendoortjes mét koolhydraten:
- Schaaltje yoghurt met noten en vers fruit
- Ham met meloen
- Volkoren cracker of beschuit met aardbeien
- Schaaltje kwark met granola
- Fruitsalade
Gezonde koolhydraatarme tussendoortjes:
- Handje (ongezouten) noten
- Gevuld ei
- Olijven
- Rauwkost met dip
- Een blokje kaas met komkommer of tomaat
Bekijk meer koolhydraatarme tussendoortjes
Zware diabetes?
Heeft iemand die minstens 4 keer per dag insuline gebruikt ‘zwaardere’ diabetes dan iemand die bijvoorbeeld 2 keer per dag spuit? Die vlieger gaat niet op. De insulinekeuze is afhankelijk van leefstijl, dagindeling, beroep, eventuele andere ziekten, hoe flexibel je wil zijn, of je voor spuiten/bolussen en controleren afhankelijk bent van anderen en hoe goed je je diabetes zelf wil controleren.
Dit artikel is afkomstig uit de Diabc. Auteur: Christel Vondermans en Voluitlevenmetdiabetes.nl
Zorgeloze vakantie: 5 Tips!
Tip 1. Extra vaak bloedsuiker meten
Extra meten voorkomt ongemakken. Mensen zoeken de zon op, komen in een ander klimaat terecht en dat heeft invloed op het glucoselevel. Insuline wordt sneller opgenomen in een warmer klimaat, waardoor de kans op een hypo groter is. Meten, meten, meten dus!
Tip 2. Water drinken
Drink water in plaats van frisdrank. Op vakantie grijp je misschien uit gemakzucht sneller naar een ijskoud colaatje, maar dit betekent natuurlijk wel dat je een suikerbom binnenkrijgt. Kies voor water met ijsklontjes en een citroen erin. Pas ook op met alcohol! Alcohol verhoogt de kans op een hypo omdat je lever druk is met het afbreken van alcohol in plaats van met het leveren van glucose.
Tip 3. Beweeg op vakantie
Het is verleidelijk om op vakantie alleen maar te luieren, maar probeer jezelf er toch toe te zetten om een half uur tot uur per dag te bewegen. Neem bijvoorbeeld zo weinig mogelijk de taxi als het ook lopend of fietsend kan. Maak ’s avonds bij zonsondergang een romantische strandwandeling, trek een paar baantjes in de zee als je verkoeling wilt of informeer of er sportfaciliteiten zijn op je accommodatie.
Tip 4. Maaltijd vooruitplannen
Plan je maaltijden vooruit. Het is o zo makkelijk om op vakantie tijdens een hongeraanval naar ongezond voedsel te grijpen als je geen kookfaciliteiten tot je beschikking hebt. Neem snacks mee voor tussendoor, als kiwi, snoeptomaatjes, paprika, komkommer of gekookte eieren. En als je toch voor een ijsje kiest, kies dan voor een raketje in plaats van een magnum. Een salade met vette vis en avocado zorgt ervoor dat je altijd een gezonde lunch bij je hebt.
Tip 5. Wijk niet af van vaste eetpatroon
Pas op met de all-inclusive verleidingen. Het is heel fijn om alles bij de hand te hebben met all-inclusive accommodaties, maar er zit ook een keerzijde aan. Je eet vaak op tijdstippen die misschien net niet gelegen komen of enorm afwijken van je normale eetpatroon. Daarnaast zijn zoete broodjes voor ontbijt erg aanlokkelijk en ijs en taart voor dessert niet ongewoon. Voor je het weet heb je al bergen suikers en koolhydraten binnen nog voor de dag goed en wel begint. Als je van jezelf weet dat je verleidingen moeilijk kunt weerstaan, overweeg dan om niet all-inclusive te boeken maar te kiezen voor een appartement met keukentje.
Ook Diabetesvereniging Nederland heeft enkele nuttige tips om goed voorbereid op vakantie te gaan.
Sporten met diabetes
Doe wat je leuk vindt
Uiteraard is in eerste instantie belangrijk dat je de sport leuk vindt, anders gaat het niet werken. Dat is uiteraard voor iedereen verschillend. Je kunt in je oriëntatie denken aan de volgende sporten:
- De meest geschikte vormen van bewegen zijn duursporten, zoals wandelen, fietsen en zwemmen. Daarbij kun je zelf goed doseren tot hoever je wilt en kunt gaan.
- Teamsporten zoals hockey, volleybal, voetbal, korfbal, handbal en waterpolo zijn leuk als je graag met anderen sport.
- Heb je de beschikking over je eigen tijd? Dan zijn tennis, golf of roeien misschien wat voor jou.
- Heb je last van je voeten? Dan kun je kiezen voor fietsen of zwemmen.
Sporten die minder geschikt zijn
Minder geschikt zijn sporten waarbij een hypo tot gevaarlijke situaties kan leiden (lees hier hoe je de symptomen van een hypo herkent). Denk aan parachutespringen, (diepzee)duiken, bergbeklimmen. Ook zwemmen, kanoën of roeien zonder anderen in de buurt is niet zonder risico.
Kortom: bewegen helpt en is goed voor je. Kies een manier van sport of inspanning die het beste bij je past, dan houd je het het langste vol. Wil je je vooruitgang bijhouden? Meet dan bijvoorbeeld regelmatig je buikvet en spiermassa of houd bij hoeveel je beweegt met een sporthorloge of stappenteller. Zo weet je waar je grenzen liggen en kun je die misschien wel verleggen.
